Mijn vader, Jan van Mourik, werkte in de 70-er jaren bij de GEM in het Rotterdamse havengebied de Botlek. Er werkten maar liefst 7 Jan van Mouriks bij de Graan Elevator Maatschappij, hij werd niet Jan maar Van Mourik 6 genoemd.
Zijn werk was het schipperen van schepen, schipper dus, maar de werkvloerterm was "knoppeur". Met een eenvoudige knoppen console bediende hij een enorme stortbuis waarmee Rijnaken stapsgewijs werden gevuld met tonnen graanproducten. Een delicaat werkje, want niet goed laden betekende dat een schip kon knakken.
De overslag vanuit zeeschepen werd gedaan met een elevator: een enorme zuig -en stortinstallatie.
De lading kon van alles zijn, graan, mais, soja en zelfs vogeltjeszaad.
Het overslaan van tapioca waren slechte dagen voor mijn vader. Dan kwam hij, onder het stof, als een witte geest thuis. Onder het genot van een biertje haalde hij dikke slierten witte slijm achter zij oogleden weg:
"kijk eens" zei hij dan, "tapioca".
Op een dag kwam hij van zijn werk met twee zwarte boekensteunen, gemaakt van een keiharde houtsoort. Ze kwamen van een Afrikaans schip.
Vanuit pattrijspoorten werd - illegaal - handel gedreven. Allerlei waar ging aan een touw naar beneden. Biertjes kunstig aaneengeregen aan het touw gingen weer omhoog.
Voor hoeveel biertjes (pijpjes Heineken) mijn vader de boekensteunen heeft geruild weet ik niet maar het zal vast een gezellige avond aan boord geweest zijn.

Het hout is keihard, het is geen ebben is want er zijn ook wat lichte stukken. Op internet vind ik het volgende. Waarschijnlijk is het blackwood.

Mijn vader (links) op de elevator 1960-61
My dad (left) on board the elevator 1960-61

In the seventies my dad worked in the Rotterdam harbor (Botlek area) for the GEM. At the time there were 7 Jan (John) van Mouriks working at the Grain Elevator Company (GEM). He was not called John but Van Mourik 6. The unloading of seagoing vessels was done with an elevator, a huge suction installation. His work was loading river barges.
With a simple button console he served a huge pouring tube that filled barges gradually with tons of grain produce. A delicate job, because not loading properly meant that a ship could snap.
The bulkcargo could be anything: grain, corn, soya or even bird seed.
Tapioca were his bad days.
I recall him returning home, covered in dust, looking like a white spirit. Enjoying his beer he drew thick wisps of white mucus from behind his eyelids: "look" he would say, "tapioca". One day he came home with two African bookends, made of a very hard wood. How did he get them?
From portholes illegal trade took place. With a rope goods were lowered onto the pier. Up went bottles of beer skillfully knotted to the rope.
For how many beers my dad traded the bookends I do not know. But surely the men on board had a good evening.

The wood is black and hard as stone, I don't think it's ebony for there are some light patches. On the internet I found the following link. Most probably the bookends are made of rare blackwood.